Anna Paulowna, 21 april 2008
De Nationale Ombudsman
Dhr. A. Brenninkmeijer
Postbus 93122
2509 AC DEN HAAG
Betreft: Klacht over het Ministerie van VROM
Geachte heer Brenninkmeijer,
Als klokkenluider van Petten wil ik bij u een klacht indienen over de manier waarop het Ministerie van VROM een door minister Pronk aan mij gedane belofte heeft afgehandeld.
Na eerst tevergeefs samen met collega-operators intern bij mijn werkgever aandacht te hebben gevraagd voor de misstanden op veiligheidsgebied op de Hoge Flux Reactor (HFR) in Petten, heb ik in 2001 een zwartboek ingediend bij de Kernfysische Dienst (KFD) van het Ministerie van VROM. Mijn werkgever was destijds de Nuclear Research & consultancy Group (NRG), een dochter van het Energieonderzoek Centrum Nederland (ECN) in Petten. Ondanks door de KFD gegarandeerde anonimiteit was de directie van ECN/NRG toch achter mijn naam gekomen en restte mij niet anders dan mijn handelen in deze toe te geven. Dit kostte mij uiteindelijk mijn baan als plaatsvervangend wachtchef op de HFR, want via de kantonrechter werd ik een paar maanden later wegens een verstoorde arbeidsrelatie ontslagen. Overigens ben ik niet ingegaan op een tussentijdse schikking van ECN/NRG om tegen betaling van een grote som geld mijn zwartboek in te trekken.
Hoewel de rechter mij destijds geen echte klokkenluider vond, waren de media, de publieke opinie en de toenmalige VROM-minister Pronk een andere mening toegedaan. Ook het Internationaal Atoom Energie Agentschap (IAEA) nam mij serieus. Onderzoek door deze instantie en ook door de KFD wees uit dat de klokkenluider van Petten op alle fronten gelijk had. De veiligheidsprocedures op de kernreactor werden op meer dan 150 punten aangescherpt en toen er later nog meer misstanden aan het licht kwamen, werden tal van technische veiligheidszaken op en rond de kernreactor aangebracht. Wat dat betreft was mijn klokkenluidersmissie volledig geslaagd. De veiligheid in Petten, en ook voor heel Nederland, was aanzienlijk verbeterd.
Na vragen in de Tweede Kamer over onder andere de behandeling van mijn persoon stelde de toenmalige VROM-minister Pronk dat mijn werkgever mij slecht had behandeld en dat hij mij een baan op het Ministerie van VROM zou aanbieden. Het Ministerie gaf echter vervolgens niet thuis. Pas na lang aandringen van mijn kant mocht ik op sollicitatiegesprek komen bij inspecteur-generaal Gertjan Bos. Hij vertelde dat ik niet meteen kon beginnen omdat er op dat moment geen vacature was bij de KFD. Maar die zou er ongetwijfeld komen. Wel stelde hij dat ik niet op het dossier Petten zou worden gezet, maar op het dossier Borssele waar eveneens een kernreactor staat. Hij wees de directeur van de KFD als contactpersoon aan en op termijn zou ik hier nog van horen. Hierna werd het lange tijd stil. Als ik ernaar vroeg, kreeg ik van de directeur van de KFD ontwijkende antwoorden. Ook als ik bij het Ministerie van VROM op bezoek was om op hun verzoek bepaalde technische zaken aangaande de HFR in Petten nader toe te lichten, werd ontwijkend op mijn vragen geantwoord.
Onlangs is mijn uitkering gestopt en ik probeer nu als journalist mijn hoofd boven water te houden. Toch heerst er bij mij nog altijd onvrede over het feit dat een belofte, gedaan door een minister, niet netjes door de overheid is afgehandeld. In het radioprogramma Argos van vrijdag 19 april jongstleden wordt de heer Pronk hierover geïnterviewd en hij stelde hierin dat het Ministerie van VROM in deze ernstig in gebreke is gebleven. Zo stelde hij bijvoorbeeld dat als hij minister was gebleven, dit niet zo was afgelopen. In Nederland ben ik niet de enige klokkenluider die niet netjes, en dan druk ik mij nog voorzichtig uit, door de overheid is behandeld. Nu voormalig VROM-minister Pronk zo duidelijk in zijn uitlatingen jegens mijn persoon is, verzoek ik hierbij de Nationale Ombudsman om mijn klacht over het Ministerie van VROM in behandeling te nemen.
Hoogachtend,
Paul A. Schaap



Contact Informatie

